Main content

Zwarte zaadmier (Tetramorium caespitum)

De zwarte zaadmier (voorheen grasmier) leeft vooral op de grond en komt voor in een gematigd klimaat. Deze miersoort heeft een territorium met een middellijn van circa dertig meter.

De werksters verdedigen dit territorium met overtuiging. Deze mierensoort is dan ook behoorlijk agressief te noemen, vooral tegen eigen soort. Er komen gevechten voor van hele volken tegen elkaar waarbij duizenden mieren uren met elkaar in gevecht zijn en elkaar verwonden en doden. Door de geursporen die deze gevechten afgeven worden er nog meer mieren naar dit slagveld gelokt.

De zwarte zaadmier komt meestal voor op zonnige en droge plekken, maar ook in bewoonde gebieden, bij dit laatste kunnen ze ongewenst zijn. De volken van deze mierensoort zijn relatief groot tot circa 10.000 werksters met in de regel meerdere koninginnen.

Door de zwarte zaadmier worden enorme gangenstelsels gegraven wat goed is voor de omgeving, dit vanwege de beluchting die hierdoor plaatsvindt.

Het uiterlijk van de zwarte zaadmier:

  • donkerbruin met lichtere poten
  • Koninginnen zijn 8 mm
  • werksters zijn 3,3 mm
  • werksters leven 5 jaar, de koninginnen kunnen nog veel ouder worden.

Voedsel van de zwarte zaadmier

Alle voedsel dat voorhanden is in het territorium wordt verzameld en eventueel opgeslagen zoals: dode organismen, sap, nectar, pollen, bloemen, zaden of vruchten van planten. Zij eten het liefst suikerhoudend voedsel. Deze mierensoort is zo dol op nectar dat zij rupsen die dit produceren beschermen tegen praedatoten.